December 2019

Het was een stormachtige ochtend met af en toe striemende regen. Temperatuur circa 7 graden, maar door de harde wind voelde het veel kouder. Er waren naast de twee gidsen (Kees en Huib), slechts vier deelnemers, maar wel twee ‘nieuwe’!

De rondwandeling – vanaf het startpunt bij De Zilk werd er vanwege het herfstachtige weer een iets kortere route gelopen – ging allereerst door de bruine velden met adelaarsvaren. De eerste stop werd gehouden bij de kalkgrens.
Bij het Oosterkanaal zwom een jonge knobbelzwaan en enkele aalscholvers. De route ging verder over de Westhoek richting de Berg van Starrenbroek. We zagen veel Damherten, die inmiddels een dikke bruine wintervacht hebben.
De duinen zijn overdekt met mossen die in de wintermaanden – voldoende licht en vocht – een schitterend kleurpalet opleveren: donkergroen haarmos, lichtergekleurd gaffeltand- en klauwtjesmos, het grijze rendiermos, groot laddermos en roodgekleurde purpersteeltje. Het duinsterretje lijkt wel licht te geven. In het mos vonden we ook nog veel Mosklokjes: tere okerkleurige paddenstoeltjes die pas verdwijnen wanneer het echt gaat vriezen.
De duindoornstruwelen zijn in een deplorabele toestand voornamelijk als gevolg van de overbegrazing door damherten. Het zijn kwarrige bosjes geworden. De nesten van de Bastaardsatijnrups hebben we al tijden niet meer gezien. De struwelen met Amerikaanse vogelkers, een invasieve exoot, zijn verwijderd. Het duinlandschap ziet er heel anders uit dan enkele jaren geleden.
Vanaf de Berg van Starrenbroek is er een goed uitzicht over het gebied. Een goed luisterpunt naar diverse vogels, maar vandaag met de harde wind en regen even niet.

We liepen over de oude ‘scheidingsbaan’ en vonden paaltje 153 met het monogram van de familie Six. De Hillegomse tak van deze bekende familie kocht het duinterrein in 1722. De grenspaaltjes om het jachtgebied te markeren dateren uit die periode.
Een vos had deze plek ook uitgekozen, als markeringsplek voor zijn gebied. Er lag een verse drol.
Dit gebied is gelukkig nog ‘konijnenrijk’. We zagen holen en latrines. De dieren zelf zaten lekker warmpjes in het hol, een verstandige keuze.

De terugtocht liep langs het zweefvliegveld over het Paardenkerkhof, met een fraai in de wind wiegend veld van zwarte zegge. De afgelegde afstand was 4,2 km.